Menno Voorwinde, 25 december 2025

Laat ik met een behulpzame vraag beginnen:

Heeft u de buitenkraan al open gezet en dezelfde leiding binnenshuis dichtgedraaid? Ik was net op tijd, want het begint al heel even flink te vriezen. Voor je het weet heb je een kapotgevroren waterleiding.

Mocht u dit maar een vervelende column gaan vinden, heeft u er misschien toch nog iets aan gehad.

Ik heb een moeizame relatie met Kerst. Dat is niet echt raar, want ik heb met alles en iedereen wel een moeizame relatie. Dat ligt uiteraard aan mij, maar dat maakt het niet beter of slechter. De zeepbel die het hele jaar wordt opgeblazen staat op knappen met Kerstmis. Alles wat verschrikkelijk kut of mooi was wordt in extremis uitgebuit in de aanloop naar Kerstmis en nieuwjaarsdag. Het meest deprimerende daaraan zit ‘m in de herhaling. Elk jaar is min of meer hetzelfde in die periode. Altijd dezelfde reeks kutfilms zoals Home Alone 1 t/m 186, Gremlins 1 t/m weet ik veel en de jippykayé motherfucker Die Hard reeks. Om nog maar te zwijgen van de tenenkrommende, mierzoete All You Need Is Love – Kerstspecial met de onuitroeibare Robert ten Brink. Of anders wel het ‘winter wonderland’ van André Rieu. Ik zal maar niet eens beginnen over alle reclames van – vooral – supermarkten, die over elke kerstemotie een laag XTC heenstrooien om maar zoveel mogelijk gourmetschotels aan de man te brengen. Kopen, zuipen, vreten, repeat. Het is slechts een heel klein topje van de enorme ijsberg aan kerstergernissen.

Ik heb zelfs commentaar op Serious Request. Mooi hoor, een recordbedrag van 12,5 miljoen euro opgehaald voor kinderen met een spierziekte. Schitterend zelfs. Want het ís verschrikkelijk dat juist kinderen opgezadeld worden met een spierziekte waar ze helemaal niets aan kunnen doen. Je moet wel een compleet gevoelloze rotzak zijn als je dat onbewogen laat. En zo’n rotzak ben ik nu ook weer niet. Nee, waar ik mijn wenkbrauwen van optrok, was de reden waarom Serious Request alle records had gebroken. ‘We’ gaven gul omdat het dicht bij huis was. Een betere metafoor voor de stand van het land kan ik zelf niet verzinnen. We hebben veel minder met internationale doelen waar organisaties als het Rode Kruis zich voor inzetten. Het is ‘eigen leed eerst.’

Tegen het eind van Tweede Kerstdag wil ik mijn TV door het raam gooien. En dan moeten de jaaroverzichten nog beginnen. Om nog maar te zwijgen over de lawine aan nietszeggende lijstjes die afgedraaid, dan wel opgedreund gaan worden.

Bent u er nog? Ja? Mooi, want niet alles is verschrikkelijk. Zelfs niet voor mij. Hoewel ik mijn uiterste best doe om me aan alles en iedereen te ergeren, lukt me dat maar gedeeltelijk. Ik ben nogal gevoelig voor diep persoonlijk leed, dat dapper door de enkeling wordt gedragen. Het soort leed dat je maar af en toe tegenkomt, omdat iemand zich, door een toevallige omstandigheid, vrij voelt om dat leed zonder opsmuk te delen. Het soort leed dat je onverwacht onderuit schoffelt. Maar ook de andere kant. Tot tranen toe lachen om onderling plezier tussen een paar mensen die onverwacht met elkaar een klik hebben. Ik kwam dat gisteren tegen bij Boerderij van Dorst waar Connie Palmen en Sophie Hilbrand te gast waren. Kijk dat terug en u weet wat ik bedoel. U zult er geen spijt van krijgen. Prachtig is hoe Connie Palmen het verlies van de enige twee geliefden, die er voor haar toe deden, beschreef. En de schijtlolligheid tijdens het kerstdiner die ze onbedaarlijk deed lachen werkte zó aanstekelijk dat ik spontaan meelachte. Een rariteit op zich.

Ik verheug me, net zoals verreweg de meeste mensen, op het samenkomen van familie en vrienden die allemaal tegelijk met elkaar de eettafel delen. Ik heb de mazzel dat er binnen mijn familie nauwelijks onderlinge vetes of ergernissen spelen. Althans, niet dat ik weet. Sinds ik mijn stem kwijt ben, ben ik meer toeschouwer, dan participant. Dat is een plek waar ik ingegroeid ben en die me is gaan passen. Ik kan intens in stilte genieten van de mensen waar ik het meest om geef.

En dan de schrijvers. Oh, de schrijvers die ik mateloos bewonder. Door allerlei persoonlijk ongemak kan ik me, hopelijk tijdelijk, maar kort concentreren. Daardoor is mijn geliefde schrijfvorm, de column, van extra groot belang geworden. Ik waag me nog steeds aan boeken, maar het lukt me nog maar zelden ze in een paar rukken uit te lezen. Hoe mooi ik ze ook vind. Gelukkig hebben we een overdaad aan columnisten die me ongelooflijk veel leesvreugde en -verdriet schenken. Eva Hoeke, Marcel van Roosmalen, Nico Dijkshoorn, Tommy Wieringa, Cindy Hoetmer, Sheila Sitalsing, Sander Schimmelpenninck, Stella Bergsma, Sylvia Witteman zijn de kersen op de columnistentaart. Maar degene die dit jaar het meest indruk op me heeft gemaakt is Carolina Trujillo. Mijn God, wat kan dát mens schrijven, zeg! Van geen enkele column van haar wordt ik vrolijk. Zij weet als geen anderen ‘in you face’ stukjes te schrijven. Ondersteund door een gigantische stapel feitenkennis beschrijft ze misstanden waar de meeste mensen het liefst van wegkijken.

Ik wil jullie kerst niet verpesten, maar ik probeer het toch. Ik ben het namelijk zo vreselijk met haar eens en ik hoop dat het invloed zal hebben op goede voornemens die u misschien nog moet formuleren of aanvullen.

Ik daag iedereen uit om deze column van Carolina Trujillo te lezen vóórdat het kerstdiner ter tafel komt.

Een mokerslag, u bent gewaarschuwd.

Fijne feestdagen!

 

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *