Ze was er niet gerust op. Ik ook niet.

Dus was ik vrijdag, voor de zoveelste keer in de afgelopen vier jaar, te vinden in het Imaging Centre van het AUMC te Amsterdam. Daar zit de Nucleaire Geneeskunde & Radiologie van het ziekenhuis. Apart van de rest. (Je weet het maar nooit met die straling.) Aanhoudende bloedingen, hoestkorsten en bruinachtig slijm uit mijn tracheostoma (ademopening in de hals) maakten dit bezoek noodzakelijk. Mijn behandelend arts vind dat het telkens terugkerende bloed- en slijmpatroon genoeg reden is om een CT scan van mijn longen te maken. Ik ben dat met haar eens. Ik zit middenin een langdurige fase dat de keelkanker zomaar terug kan komen. De tumor (De Kiezel) die bij mij is weggehaald was van agressieve en explosief groeiende aard. Omdat er behalve De Kiezel, ook nog eens bijna tweehonderd verdachte lymfekliergebieden zijn weggesneden, is een kankercelletje gauw over het hoofd gezien.

En één is genoeg om een vroegtijdig einde aan mijn bestaan te maken.

‘Voorkomen is beter dan genezen’ is vervangen door ‘bijtijds signaleren.’ Dat is de enige kans die ik heb bij een eventuele terugkeer van deze vorm van kanker. Afwijkingen in het herstelproces, dat vele jaren duurt, moeten zo snel mogelijk worden onderzocht, zodat eventuele ongenode gasten mogelijk nog verwijderd kunnen worden. Mijn behandelend arts (tevens hoofd KNO in het AUMC én mijn chirurg) neemt dat proces (bloed)serieus. Onderzoeken en uitsluiten, is het motto. Het bruine slijm, in combinatie met veel bloedingen, kunnen duiden op abnormaliteit in de longen. Dat kan van alles zijn, van longontsteking tot een hardnekkige verkoudheid. Maar óók dat ene kankercelletje met verongelijkte groeiaspiraties. Ik zie hem voor me. Het is Calimero. ‘Het is niet eerlijk, want zij zijn groot en ik is klein,’ dat werk. Kinderachtige gedachte, maar het helpt om zo de angel uit mijn angst te halen.

Ik ben voor niet zoveel dingen bang, maar een belangrijke angst is het verder aftakelen van mijn longen. Dat gebeurt al door COPD en COPD gerelateerde astma. De angst wordt gevoed door mijn toenemende kortademigheid en de wetenschap dat het een voortschrijdend en onomkeerbaar proces is. De enige medische optie is vertragen, vertragen en nog eens vertragen. Met een longcapaciteit onder de vijftig procent, moet ik er niet aan denken dat Calimero zich er thuis voelt. Dan wordt hij namelijk groot en ‘dat is niet eerlijk. Oh nee!’

Niet voor mij, in ieder geval.

Ik kom dan in een traject waarbij chemotherapie dé belangrijkste optie tot overleven is. Maar die optie is voor mij nog dodelijker dan de kanker zelf. Sommige organen functioneren maar nét goed genoeg om door te kunnen leven (mede dankzij ondersteunende medicatie). Bij chemo zouden sommige organen die het chemo-afval moeten verwerken het opgeven, met de dood tot gevolg. Kanker in de longen zou mij onder alle omstandigheden fataal worden. En snel ook. Ik heb gezien wat longkanker bij een mens doet en dat is verschrikkelijk. Ik wens dat mijn ergste vijand nog niet toe.

Laat staan mezelf.

Met steun, toeverlaat en vriendin Anita wachtte ik op mijn beurt in de zoveelste wachtruimte vol wanhopigen. In wachtruimtes waar ernstig zieken zich verzamelen heerst een sfeer die nog erger is dan bij een begrafenis. Naderend onheil is onverdraaglijker dan verdriet over onheil dat achter de rug is. Anita en ik zitten op een bankje. We zeggen weinig. We zijn moe. Onuitstaanbaar moe. Toch lukt het me nog enigszins monter te zijn bij het aanleggen van het infuus dat nodig is om contrastvloeistof toe te dienen. Maar de scherpe kantjes zijn eraf.

Tijdens de CT scan heb ik mijn ogen dicht. Ik zie Calimero en ik prop ‘m terug in z’n ei. ‘Het is niet eerlijk!’ roept-ie.

Ik steek mijn tong uit en glimlach.

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *