
Menno Voorwinde, 31 maart 2026
Het is alweer een aantal weken geleden dat ik mijn laatste delier heb gehad.
Het was de heftigste delier van de vijf die ik heb gehad. De kampioen van de eredivisie delieren. Tot nu toe ook de laatste. Tussen mijn verwarde toestanden door heb ik goed geluisterd naar doktoren en diëtisten. Dat zijn er nogal wat omdat elke orgaan zijn eigen dokter heeft. De MDL arts (Maag, Darm & Lever), de Nefroloog (Internist die zich toelegt op de nieren), de KNO arts (Keel, Neus & Oren) en de Longarts. Die laatste delier zorgde voor mijn laatste ziekenhuisopname en daaropvolgende opname bij Gooizicht, een revalidatiecentrum voor ouderen die, meestal, daar terechtkomen na een chirurgische ingreep. Maar goed, over dat rolstoelrevalidatiecentrum heb ik het al eerder gehad. Meestal nemen mijn organen een zekere beleefdheid in acht: pas als een probleem in een van de organen met (relatief) succes is behandeld, komt een ander orgaan met zijn eigen problemen. Heel soms sluiten organen een duivels verbond en trekken ze samen op. Mits de oorzaak daar aanleiding toe geeft. In mijn geval: een blaasontsteking, verkeerde antibiotica, een ongewenste interactie met Prednison en in nood verkerende lever.
Het kostte me bijna mijn leven.
Enfin, als ik me aan een strak eet, poep, medicatie en inspanningsschema houd, dan is de kans dat een delier zich weer aandient, uiterst klein. Met hulp van familie en thuiszorg die de details voor me invullen heb ik daar alle vertrouwen in. Dat vertrouwen wordt gedeeld door Dr. Snoep (nefroloog). Hij is zó enthousiast dat hij me pas over drie maanden weer wil zien. Mijn nierwaarde is gestegen naar 39 (was 12 op z’n dieptepunt). Volgende week is de MDL arts aan de beurt. Hij heeft dan de uitslag van een kweek. Daar heb ik een hard hoofd in, gezien de staat van mijn lever. Er zit een klomp littekenweefsel in het midden van dit orgaan. Volgende week meer hierover. Ondertussen eisen mijn longen aandacht. Dat doen ze op niet mis te verstane wijze. Tot vorige week waren ze uitermate stabiel. Sindsdien hoest ik alleen nog maar bloedproppen uit. En niet zo weinig ook. Dat zal wel een verhaal op zich worden. Ik kijk er niet naar uit. Mijn afgenomen capaciteit om zuurstof op te nemen maakt actie onvermijdelijk, vrees ik.
De dag voor mijn laatste delier was ik zonder wantrouwen en vol goede moed ontslagen uit het ziekenhuis. Het voelde alsof ik uit de gevangenis werd uitgebroken. De stemming was goed en ik zat vol positief gestemde plannen. Te beginnen met een toer langs de leukste kringloopwinkels die ik kende. Janny (de oer-ex) en ik hadden samen de plannen gesmeed voor een leuke dag. Ik moest sowieso op zoek naar een flinke kast om mijn mini-apotheek in kwijt te kunnen. Die vonden we in de kringloop Soest. Vrijwel direct viel mijn oog op een flinke donkerbruine kast van hout, die antiek leek. Janny had de maten opgemeten waaraan de kast moest voldoen. De kast was voor die maten gemaakt. Janny regelde de administratie en zorgde ervoor dat de kast bezorgd zou worden. Ik keek nog wat rond en daar stond een half verroeste Remington 12 typmachine.

Die moest ik natuurlijk hebben. Ik verliet, over the top happy, de Kringloopwinkel. De kast was € 70,= en de Remington € 25,=.
Na deze fortuinlijke aankopen was het tijd voor lunch (ik moet op gezette tijden eten volgens een vreselijk dieet). Tijdens de lunch kreeg ik de eerste signalen van een aankomende delier. Ik herkende dat toen niet goed. Met de wijsheid van nu had ik rigoureus gestopt met alles wat ik aan het doen was. We gingen richting huis waar 1001 dingen op me lagen te wachten. De oogst van wekenlange ziekenhuisopname. In plaats van de boel de boel te laten voor die dag, ging ik als een waanzinnige orde in de chaos scheppen. En dan ook nog het liefst allemaal tegelijk. Daardoor maakte ik een delier onontkoombaar. Het laatste wat ik me herinner is de buurman die samen met de bezorger van de spullenhulp mijn kast naar binnen bracht. Daarna was alles zwart en werd ik wakker in het ziekenhuis. Een van de eerste dingen die Janny tegen me zei toen ik weer enigszins bij zinnen was: “Je hebt wel mooi de kast van Koos Postema, dat vertelde de bezorger van de kast.”
Dat maakt alles goed.

Geef een reactie