Menno Voorwinde, 5 april 2026

Chagrijn wint terrein in mijn kluizenaarsbubbel.

Voor mijn reeks aan ammoniak-delieren zich aandienden, had ik een fragiele vrede gesloten met mijn onvrijwillige kluizenaarsbestaan. Mijn herinneringen kwamen behoorlijk accuraat overeen met de werkelijkheid. Dat weet ik omdat diegene met wie ik herinneringen deelde, zich ongeveer hetzelfde herinnerden. Dat was geruststellend en zorgde voor enige rust in mijn bestaan. Gecontroleerde chaos, de staat waarin ik het best gedij. De reeks delieren hebben de controle uit de chaos gehaald. Ik heb herinneringen die niemand met me deelt. Waarschijnlijk omdat ze niet zijn gebeurd. Ik weet alleen niet welke wel en welke niet echt zijn.

Een voorbeeld: ik was ervan overtuigd dat mijn familie een Paasbrunch bij mij thuis zou komen houden. Op zich geen gekke gedachte, want ik kan nu eenmaal niet zo lang van huis weg zijn. Dat gaat wel weer wat beter worden, is de verwachting, maar dat kan nog wel even duren. Enfin, net voor Pasen, hoor ik dat mijn broer en zijn vrouw zich terug gaan trekken in een chalet, ergens in Drenthe. Voor zover ik uit gebrekkige info heb kunnen filteren zit de rest van mijn familie ergens in de Eemhof. Dit zal me ongetwijfeld verteld zijn, maar ik herinner het me niet. Hoe erg ik mijn best ook doe. Ik heb me in stilte verheugd op iets dat waarschijnlijk niet eens ter sprake is geweest. En dat is verwarrend, want de herinnering kan ik tot in detail visualiseren.

Ik neem overigens niemand iets kwalijk. De mensen uit mijn inner circle hebben meer dan hun handen vol aan me gehad. Er is een situatie ontstaan dat mijn lichamelijke staat een aanvaardbaar niveau heeft bereikt. Dat geeft de mensen om mij heen de vrijheid terug, die ik ze daarvoor onvrijwillig heb ontzegd. De nieren lijken zich goed te herstellen en mijn lever lijkt ook wat te herstellen (al weet ik dat pas zeker op 7 april, als de bloed- en urinekweek uitsluitsel geven). Maar goed, de rest is aan mij. De uitvoering van het deels door mijzelf opgelegd schema werkt. Al moet de ‘hulp’ van de thuiszorg (lees: medicatiecontrole) die ik krijg – hoe zal ik ’t ‘ns zeggen – nog enigszins worden ‘gestroomlijnd.’

Blijft over mijn hoofd. Mijn arme, arme hoofd. Waarin fictie en werkelijkheid niet meer duidelijk worden gescheiden. De piepkleine zeepbel waarin ik de fragiele vrede had gesloten, is grensoverschrijdend gepenetreerd door een donkere gifwolk waar Tata Steel jaloers op zou zijn. Een regelrechte aanslag op mijn geestestoestand. Hoewel ik dat als ergste beschouw, zou ik ik niet zijn als er niet ook een lichamelijke conditie mijn chagrijn kwam kickstarten. Zo geschiedde, en wel via mijn longen. Het ging, tot ongeveer twee weken geleden eigenlijk behoorlijk goed met mijn door COPD geplaagde longen. Ik moet regelmatig vernevelen, maar dat moet ik al vijfenhalf jaar. Bij het ‘afval’ dat daarbij los wordt gemaakt zaten geen sporen van bloed of andere verontrustende afscheidingen. Maar toen was daar het bloed, ineens, zonder aanwijsbare reden. En in hoeveelheden die ik niet eerder had gezien. Vanaf die tijd zijn het vernevelapparaat en ik onafscheidelijk. Een verstandshuwelijk. Uitputting diende zich aan. Ik kon nauwelijks meer een trap opkomen zonder daar spijt van te krijgen.

Na een eerste hoopvolle vernevelsessie gaf de tweede hetzelfde beeld als de afgelopen twee weken. Vers bloed vermengd met ontstekingsslijm en oude bloedkorsten. Uitputting door extreme kortademigheid. Oncontroleerbare hoestbuien waarbij het bloed tegen de muren ketste. Mijn vriendin heeft onder mijn gesloten gemoed geleden. Als ik in wanhopige verwarring verkeer, dan sluit mijn schelp en blokkeer ik de buitenwereld. “Ben je boos?”, vroeg ze. Die vraag zorgde daar acuut voor. Toen ik zei dat ik dat een vreemde opmerking vond, reageerde ze met de vaststelling “Zo kom je over.” Ik was niet boos, wel wanhopig omdat ik niet weet wat er nu weer mis met me is. Dat heb ik haar vandaag uitgelegd. Ze begreep het, maar waarschijnlijk is ze dat volgende keer weer vergeten. Zij is slachtoffer van een permanente bijwerking van chemotherapie. Chemobrein in de volksmond. Vergeetachtigheid is daar een belangrijk symptoom van. Dat weet ik, omdat zij haar vraag al eens eerder stelde. Ik heb toentertijd precies hetzelfde gereageerd. Maar dat kan niemand verifiëren.

Ik liet de bom ontploffen in mijn gesloten schelp. Of beter gezegd: in de vergiftigde zeepbel waarin inmiddels een alles verwoestende oorlog aan het woeden was. De donkere, giftige wolk lijkt aan de winnende hand.

Maar dan kent hij mij nog niet.

 

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *