
Menno Voorwinde, 31 mei 2025
Ik ben nog niet bijgekomen van Hemelvaartsdag.
Zoals elk jaar ben ik op 29 mei jarig en elk jaar zeg ik tegen iedereen die erom vraagt dat ik niks aan mijn verjaardag doe. Elk jaar weer hebben ze daar lak aan. Dit jaar was ik daar blij om. Het werd de leukste verjaardag die ik tot nu toe heb gehad. Voor zover ik me kan herinneren, dan. Nu ben ik natuurlijk niet van gisteren, maar van 62 jaar geleden, dus had ik van te voren wel enige nattigheid gevoeld. Vrijwel geheel te danken aan mijn broer. Hij had de opdracht van ‘anderen’ gekregen om mij vanaf half twee des middags op sleeptouw te nemen. Ver van huis en haard. We zijn gaan biljarten (nou ja, dat werd poolbiljarten). Wat op zich al een prima verjaardag was.
In de week voorafgaand aan Hemelvaartsdag had ik twee keer bezoek gehad. De eerste keer van broer Henk die moeite had – zeker na twee roseetjes – om de plannen die al voor mijn verjaardag werden gesmeed, voor zich te houden. Geheel tegen zijn karakter in, lukte dat voor zijn doen bewonderenswaardig goed. Maar ik ben nu eenmaal zijn broer en ken hem langer dan vandaag. Ik weet welke knoppen ik in moet drukken om informatie uit hem te peuteren. Goed, ik wist dat er wat te gebeuren stond, maar niet wat. Ik had als volleerd boomer al chagrijnig medegedeeld dat ik geen poespas wilde en al zeker geen inspanningen ging verrichten. Zeker niet buitenshuis! Ik schuimbekte er nog net niet bij.
Het tweede bezoek was van oervriendin en kunstenares Anne. Dat zijn altijd leuke bezoekjes. Zij heeft me met bescheiden enthousiasme besmet voor wilde tuinen. We hebben bij een gifvrije kweker een zooitje planten ingeslagen en mijn tuin buiten verwachting leuk opgeknapt. Ik heb een zonnescherm, vogelvoerbakjes en allerlei lekkernijen voor het vliegend publiek aangeschaft. Evenals insectenhotels op drie plaatsen, appel- en perenboompjes dicht bij de stoep, zodat straks de kinderen uit de buurt zelf fruit kunnen plukken. Zelfs in de haast een nieuwe loungeset en parasol aangeschaft. Ik zag de bezoekbui al hangen. Tijdens de koffie had Anne vragen over het zwaard dat in mijn halletje naast de voordeur aan de muur hing. Een zwaard dat ik uit de inboedel van een overledene had gekregen. We raakten verstrikt in een hypothetische verhaallijn, waarbij het draaide om wiens hoofd we eraf zouden hakken als diegene het lef had om aan te bellen. Helaas niet meer overbodig om te zeggen dat we dat natuurlijk nooit echt zouden doen.
Uiteraard kwamen Trump, Putin, Netanyahu, Wilders voorbij. We fantaseerden erop los. Wat ik vergeten was, is dat ik ook Dilan Yesilgoz had genoemd.
Henk en ik waren uiteindelijk beland in een poolhal – ons biljartcafé was bezet door sjoel- en dartvolk – en tegen vier uur was hij druk aan het heen en weer appen. We begonnen het een beetje zat te worden. Na een kwartier zei ik dat ik naar huis ging, klaar of niet. Henk appte dat we eraan kwamen en kreeg toestemming.

Bij aankomst thuis was mijn huis en tuin gevuld met uitsluitend de mensen die er voor mij écht toe doen. Het hoogste echelon geliefden. De mensen die alles van me mogen weten en waar ik alles voor zou doen, omdat zij dat ook voor mij zouden doen. Ze zijn op twee handen te tellen en dat is meer dan genoeg. Er werd – het meest ongemakkelijke moment van de dag – voor me gezongen. Mijn huis was omgetoverd tot een Spaanse haciënda, waar Zorro zich op zijn gemak zou voelen. Eerste ex Janny en onze getuige bij dat huwelijk Igo, hadden een aanzienlijk deel in de voorbereiding, Remco, de man van dochter Natasja, verzorgde de cocktails. Ton en Tineke, mijn hartsvrienden uit Amsterdam, die ik veel te weinig zie waren er. Nina, de vrouw van broer Henk had een gigantische hoeveelheid eten gemaakt. Natasja had heerlijk zoetigheden bereid. Anne en haar vriend Guido verzorgden een muzikaal intermezzo. Vriendin Anita had vriend Elijah meegenomen die iedereen stil kreeg met virtuoos gitaarspel. Zij hadden voor mij een échte gitaar gekocht. Ik heb beloofd dat ik nu écht ga leren spelen.
Halverwege werd ik geblinddoekt en kreeg een stok in mijn handen geduwd. Doe maar alsof het een zwaard is, fluisterde Anne. Ze vroeg luidkeels, om het publiek mee te krijgen, wie ik als eerste had genoemd in ons fantasieverhaal met het zwaard? Ik wist het niet meer.
Ik sloeg erop los nadat ik daartoe opdracht had gekregen. Kunstenares Anne had een gipsachtig hoofd van Dilan gemaakt.
Ik wist het weer.

Geef een reactie