
Menno Voorwinde, 4 februari 2026
Ik heb het even nagekeken: de laatste column waar ik aan was begonnen, vindt zijn oorsprong op 13 januari 2026.
Eén alineaatje en geen idee meer wat ik toen wilde vertellen. Op 15 januari 2026 werd ik opgenomen in ziekenhuis TerGooi te Hilversum. Het traject dat daartoe leidde heb ik al beschreven in diverse columns en is sinds begin december 2025 de zoveelste bizarre medische trip die ik – kennelijk – moest doormaken. Het begon met pijn bij het plassen, dat al snel voelde als scheermesjes. Na onderzoek bleek de oorzaak een blaasontsteking te zijn. Omdat ik verkeerde antibiotica kreeg, werd de kwaal verergerd. Dat had een vrije val van mijn enige gezonde organen, de nieren, tot gevolg. Aan het begin van de blaasontsteking was de nierfunctie ergens tussen de tachtig en negentig procent. Dat werd gekwalificeerd als ‘uitstekend.’
Bij mijn ontslag uit het ziekenhuis op 2 februari 2026 bedroeg mijn nierfunctie 15%, wat op zijn beurt werd gevierd. Het kan verkeren.
Bijna – op één dag na – drie weken, had ik in het ziekenhuis gelegen. Zelfs na mijn operatie aan de keeltumor van zes centimeter die zich om mijn stembanden had gewokkeld, had ik niet zolang in het ziekenhuis gelegen. Maar goed, het werd gevierd, die vijftien procent, omdat het voor het eerst in weken was dat er weer een stijging van de nierfunctie zichtbaar was. Al die weken heb ik gevaarlijk dichtbij de kritische grens van tien procent gebalanceerd (bij tien procent moet je aan de dialyse). Mijn gewicht heeft binnen die drie weken geschommeld van bijna honderd kilo tot tweeëntachtig kilo bij mijn ontslag. En, hoewel al behoorlijk bizar, was dit nog niet het meest bizarre. Toen mijn buik van de spanning voelde alsof hij ging exploderen, werd een drain gezet op de spoedeisende hulp. Er was nog maar één arts aanwezig, die deze ingreep kon verrichten, en die was daar. Niet erg geruststellend. Enfin, met behulp van een echoapparaat, propte hij onder plaatselijke verdoving een plastic naald van twintig centimeter mijn buik in. In een mum van tijd was ik zes liter vocht kwijt, dat zich in de buik had verzameld. Ook bizar, maar alweer niet het meest bizarre.
In de loop van drie weken ziekenhuis, zijn alle mogelijke oorzaken onderzocht. En nog kan er geen definitief oordeel over de oorzaak worden geveld. Met name door het grillige karakter van de nierfunctiestatistieken. Het meest voor de hand liggende scenario is dat het te lang heeft geduurd voordat er met de juist antibiotica werd begonnen. De effecten van de blaasontsteking werden vervolgens versterkt door de op zich logische oplossing: prednison. Soms vergroot de oplossing het probleem. Het verzorgde in ieder geval een verdere achteruitgang van de nieren. Vervolgens riepen de nieren de hulp in van een op zich al in overlevingsmodus staande lever, die op zijn beurt weer afhankelijk is van een overwerkte milt. Al eenentwintig jaar. Het werkte dan ook niet. Disbalans tussen nieren en lever was het resultaat, waardoor beide organen verder achteruit gingen. Ik ken mensen die alleen maar gelukkig zijn, als ze een bepaalde mate van ongeluk ervaren.
Daar deed het me aan denken.
Het meest bizarre waren de aanvallen van ammoniakvergiftiging die ik kreeg te verwerken. Het schijnt dat het te vergelijken is met een ammoniaktrip die vroeger door de hippies uit de 60’er jaren werd gebruikt om extreme trippen te maken. Ik heb me dat laten vertellen en heb daar niet ‘zelf onderzoek’ naar gedaan. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Over mijn hoofd gesproken: ik heb meerdere malen gedacht dat dit gedeelte van mijn lichaam zo langzamerhand ook wel eens nagekeken mag worden. Voor zover ik kan nagaan heb ik drie aanvallen van ammoniakvergiftiging gehad. Waarvan ik me twee gedeeltelijk kan herinneren. Hoera, we zijn aangekomen bij het meest bizarre onderdeel van drie weken ziekenhuis. (Hoewel mijn misvormde lichaam, dat meer lijkt op een speldenkussen van perron nul, dan op een tekening van da Vinci ook hoog scoort). Hoe dan ook, de eerste aanval was de ergste en daar kan ik me helemaal niets van herinneren. Mijn oer-ex Janny – moeder van mijn oudste dochter – en vriendin voor het leven, heeft op een extra bed over mij gewaakt. Ik heb me laten vertellen dat ik probeerde te drinken uit mijn TruTone en urenlang over gangen in het ziekenhuis heb gezwalkt. Verpleegsters de stuipen op het lijf jagend. Ik weet er helemaal niets meer van. Des te enger, maar minder erg dan de fysieke gevolgen, waren de andere twee aanvallen.
Ik kon niet meer klokkijken. Ik herkende de klok, de wijzers, maar kon de tijd niet vertellen. Voor mijn ogen veranderde een olijf in een vanilletoetje, terwijl ik wist dat ik een olijf had gezien. Die lag er ook, de vla was er alleen in mijn hoofd. Ik wist niet meer hoe ik de batterij van mijn laptop en telefoon moest opladen. Urenlang heb ik erover gepiekerd. Volgens de doktoren kon ik er helemaal niets aan doen. Dat stelde me niet gerust, integendeel: ik was doodsbang dat ik in mensen, demonen ging zien en ze te lijf zou gaan. Gelukkig ben ik daar kennelijk te soft voor. Maar de onzekerheid daarover hielp niet. Ik heb nog een schoenendoos vol met voorbeelden die achteraf om te lachen zijn, maar ik vind ze zelf allang niet leuk meer.
Maar goed.

Na het laatste weekend mocht ik eindelijk met een vrachtwagen extra pillen naar huis. Eén van mijn twee overgebleven katten – Miep – was na een week afwezigheid binnenshuis gaan poepen. Op een nieuw vloerkleed. Ik ben nu twee dagen thuis en ze doet het nog steeds.
Die kat moet ik binnenkort ook maar even laten nakijken.

Geef een reactie