Menno Voorwinde, 2 januari 2026

Volgende week hoor ik of ik na vijf jaar en twee maanden nog steeds kankervrij ben.

Ikzelf twijfel daar geen seconde aan. Gelukkig maar, want ik heb nu wel iets anders aan mijn hoofd. In een eerder stukje schreef ik over een opgelopen blaasontsteking, ergens aan het begin van december vorig jaar. Dat op zich was al een mini-soap, die uiteindelijk veel langer duurde dan nodig was geweest. Mede veroorzaakt door de afwezigheid van mijn ‘vaste’ huisarts. Maar goed, uiteindelijk was de blaasontsteking verholpen, maar voelde ik me nauwelijks beter. Integendeel, eigenlijk. Er kwamen weliswaar geen scheermesjes meer uit mijn plasbuis gekletterd, maar daarvoor in de plaats kreeg ik een kleine lawine aan andere klachten.

Concentratieverlies, oververmoeidheid in het kwadraat (ik viel om de haverklap in slaap), hartkloppingen, hoofdpijn, misselijkheid en urine die op sterk getrokken thee leek. Na enig aandringen kwam de vervangend huisarts in actie en plande een afspraak in bij de internist van TerGooi ziekenhuis op 23 januari. Dat vond ik rijkelijk laat omdat ik me per dag slechter begon te voelen. Enfin, ik ben wel wat gewend en knok me meestal wel door langere periodes van ongemak heen. Op oudejaarsdag voelde ik me zelfs even heel goed. Ik begon meteen aan een stukje te schrijven over het afgelopen jaar. Verder dan één zin kwam ik niet. Mijn vaste huisarts, nog steeds op verlof, had haar berichten op het zorgplatform even ingekeken en belde me. Al zei ze het niet in zoveel woorden, ze was niet gelukkig met de gang van zaken. Ze had contact gezocht met de internist/nefroloog van dienst en die wilde me onmiddellijk zien op de spoedeisende hulp. Oudejaarsmiddag heb ik daardoor in het ziekenhuis doorgebracht. Een nierecho, elf buisjes afgenomen bloed en een longfoto boden aan het eind van de middag nog geen uitsluitsel.

De nieren zagen er normaal uit op de echo, net zoals de longen. Bloeduitslagen duren langer – sommigen lopen nog steeds. Op basis van een vermoeden wou de internist me eigenlijk opnemen om via een infuus alvast een vermoedelijke oplossing toe te dienen. Dat was geen optie voor mij, dus kwamen we tot een aanvaardbaar compromis. Ik moest mij over twee dagen (vandaag) weer bij hem melden nadat ik een uur eerder weer bloed had laten afnemen en urine had ingeleverd. Aldus is inmiddels geschied en er sijpelen verontrustende uitslagen binnen. Voor mijn blaasontsteking functioneerden mijn nieren op 80% (60% is de norm, alles daarboven is uitstekend). Oudejaarsdag was mijn nierfunctie 29%. Vandaag 26%. Hoewel nog niet alle uitslagen binnen zijn, ligt een vrij simpele oplossing voor de hand. Prednison, calcium en vitamine D. Bij een nierfunctie van 10% wordt het kritiek en moet ik aan het infuus.

Voorlopig houdt de internist-nefroloog me in zijn greep. Maandag moet ik weer bloedprikken, een nierecho laten maken en bij hem op appèl komen.

Ik besef dat dit nogal een saai, klinisch stukje is. Dat is bewust, omdat het anders een essay zou worden (qua lengte). In dit proces zijn allerlei randzaken voorbijgekomen die lief, stom, hilarisch of ronduit irritant waren. Misschien kom ik daar nog een keer op terug. Eén wil ik er jullie in ieder geval niet onthouden: Vanochtend kwam ik op de bloedprikpost van het ziekenhuis en een voor mij onbekende prikster begroette me met de woorden:

“Bent U er nu alweer!?”

 

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *