Menno Voorwinde, 1 mei 2025

 

Ik schreef niet zo lang geleden een stukje over Tommy Wieringa die het essay schreef voor de maand van de filosofie.

Een paar dagen geleden las ik een column van Floor Rusman, redacteur en columnist voor de NRC. Daar gaat zij, net als ik, in op het essay en de worsteling die Tommy Wieringa doormaakte om verder te kunnen in een wereld die uiteindelijk ten onder gaat aan de gevolgen van klimaatverandering. Zij doet de uitleg van Wieringa af als een semantische stoeipartij met de woorden ‘hoop’ en ‘optimisme.’ Daaruit blijkt dat Rusman er niets van heeft begrepen, of op z’n minst zich er goedkoop van af maakt. Ze misbruikt de meer dan begrijpelijke uitleg van Wieringa over zijn worsteling tot een aanvaardbaar bestaan te komen, zonder dat er enig zicht is op toekomstperspectief voor hem en zijn kinderen (en voor de rest van de mensheid, for that matter), om tot een compleet andere topic te komen. Dat mag natuurlijk, een opstapje gebruiken is altijd handig, maar doe het dan goed.

Rusman maakt zich vooral druk om het medeplichtigheidsframe dat eigenlijk helemaal niet van belang is. Het is zoals het is. We hebben het klimaat dusdanig aangetast dat onze kinderen op moeten groeien in een wereld die volgens Wieringa niet meer te redden is. Al zal deze extinctie nog wel even op zich laten wachten (zo’n 150.000 jaar). Maar komen zal-ie. Daar hebben we inmiddels voor gezorgd. Hij was altijd een schrijver die zich gelukkig kon schrijven, maar had zich voor het eerst ongelukkig geschreven. Daarom ging hij op zoek naar een manier om, ondanks het doemscenario, tóch met zichzelf verder te kunnen. Om dan zijn uiteenzetting af te doen als een semantische stoeipartij is alsof je over Mozart zegt dat hij wel een aardige vlooienmars in de vingers had.

Ik vind de uitweg die hij kon toepassen briljant gevonden. Ik hoop werkelijk dat het voor hem werkt en dat, behalve bomen planten, hulptrips naar Oekraïne en het opruimen van afval langs ‘zijn’ dijk, hem het optimisme schenkt dat een vorm van geluk brengt. Ik had zelfs enige hoop dat ik het op mezelf kon toepassen. Dat is niet gelukt. Daarvoor zijn mijn – fysieke – mogelijkheden te beperkt en schrijven het enige is dat ik nog met plezier kan doen. Al staat dat onder druk, wegens gebrek aan materiaal. Of gewoon een writersblock. Dat heb ik wel vaker. Een ander belangrijk verschil is dat ik me nooit gelukkig heb geschreven. Ik schrijf om niet ongelukkig te worden. Een klein, maar essentieel, verschil met Wieringa.

Misschien oordeel ik te hard over Floor, maar ik denk het niet. Rusman rept met geen woord over de reden dat het essay van Wieringa het licht heeft gezien. Namelijk de maand van de filosofie. En als ergens mentale gevechten thuishoren, dan is het wel in de filosofie. Ik draag haar hierbij voor als schrijver van het filosofisch essay voor volgend jaar april. Ik ben oprecht benieuwd wat zij daarvan zou bakken. Want schrijven kan ze, dat staat vast. Als tip zou ik willen meegeven:

Maak een semantische stoeipartij binnen de kaders van de ‘roltrapmetafoor.’

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *