Menno Voorwinde, 6 februari 2026

Vrijdag de dertiende.

Dr. Snoep – what’s in a name – probeerde er een luchtig grapje over te maken. Uiteraard deed ik mee en vertelde hem dat ik een zwarte kat heb en op die dag nog even onder een ladder zou doorlopen. Want als dat goed gaat, wat kan er dan nog fout gaan? Volgende week vrijdag is het de dertiende en, zoals je natuurlijk al begreep, is die dag de volgende controle van bloed, urine en later die dag nog de uitslagen daarvan. De afspraak is vandaag gemaakt, na dezelfde controles die ik volgende week weer krijg. Dit alles na vaststelling dat ik langzamerhand de stijgende lijn voor wat betreft mijn nierfunctie te pakken heb. Ter vergelijking: 15% bij ontslag na drie weken ziekenhuisopname en 17% nu. 

Dit betekent niet dat ik zomaar even doorrol naar een lang traject van louter positieve ontwikkeling. Er worden nog steeds sporen van bloed in mijn urine gevonden, ondanks dat een significante daling is vastgesteld. Dr. Snoep en zijn team van nefrologen, urologen en internisten noemen mij binnen het teamoverleg Het Enigma. Kan ik mee leven; stiekem vind ik het eigenlijk wel cool. Een krachtige bijnaam. Het vermoedt slimheid of een geheimzinnige superkracht. Dat is het uiteraard niet; het team heeft ‘gewoon’ nog geen duidelijke oorzaak van de complexiteit van de verstoorde nier- en leverfunctie kunnen vinden. Het zou zelfs een door de uroloog ontdekt mini niersteentje kunnen zijn, waar ik het bestaan niet eens vanaf wist.

Aan de andere kant heb ik – daardoor – wel elk mogelijk onderzoek moeten ondergaan om zoveel mogelijk uit te sluiten (deduction, my dear Watson, zei Sherlock Holmes al eens). Dit varieerde van een echoscopie tot een CT scan naar een vervelend blaasonderzoek via een katheter. Ondanks die deductie is er nog steeds geen sluitende conclusie getrokken. En die zal ook niet meer worden gevonden. De behandelingen, en medicatie, wordt afgestemd op het meest voor de hand liggende. Ik maak me daar geen zorgen om. Waar ik wel van schrok, was toen dr. Snoep terugkwam op de ammoniakaanvallen. Met name de keer waarvan ik me helemaal niets kan herinneren. Hij vertelde dat er gevreesd werd voor mijn leven. Ik schrok omdat ik me dat onvoldoende had beseft. Ik heb in mijn leven, meer dan me lief is, aan moeten horen dat ik ternauwernood aan de dood ben ontsnapt. Maagbloedingen, (dubbele) longontstekingen, slagaderlijke bloedingen en keelkanker zijn enkele voorbeelden. Ik ben me er nooit sterker door gaan voelen. Zwakker trouwens ook niet. Neutraal dringt zich als voornaamste woord op, al komt dat vermoedelijk omdat ik zulke opmerkingen niet goed kan duiden.

Wat ik wél heb geleerd door mijn bizarre medische verleden, is dat er geen ruimte is voor rebels of eigenwijs gedrag. Ik werk altijd mee met mensen die meer van de materie weten dan ik. Dat betekent natuurlijk niet dat ik geen vragen stel. Vooral als ik het niet begrijp of als me de behandeling niet aanlokkelijk doet voorkomen. Dan vraag ik of er alternatieven zijn. Soms komen we dan tot betere oplossingen, maar lang niet altijd. Zo goed als zonder uitzondering ben ik vriendelijk voor het verplegend personeel. Zij doen de controles, prikken in je aderen, leggen infusen aan, geven je de voorgeschreven medicatie en verdienen sowieso een eervolle vermelding. Ik geef het je te doen: werken in een omgeving waarin je met een lawine bureaucratie te maken krijgt, waar onderbezetting eerder regel dan uitzondering is én ook nog eens een branche is waar altijd op wordt bezuinigd. Dan grens je aan heiligverklaring, wat mij betreft.

Enfin, ik kan weer een streepje op de muur zetten bij ‘bijna dood ervaringen.’ Ook al kan ik me van deze niets herinneren en me niet met trots doet vervullen.

Zolang ik streepjes kan zetten, kom ik er wel.

 

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *