
Menno Voorwinde, 4 december 2025
Ik deed mijn ogen open en keek in het vierkante licht dat boven mijn hoofd zweefde.
Toen mijn ogen aan het licht waren gewend, zag ik mezelf omringd door mensen met blauwe mondkapjes, blauwe mutsjes, blauwe schorten en blauwe handschoenen. Allemaal stonden ze voorovergebogen. Ik wou iets zeggen, maar dat ging niet. Ik had een beademingskapje over mijn gezicht. Plotseling begonnen ze allemaal heel druk te gebaren en driftig met elkaar te praten. Eén van hen bleef me stoïcijns aankijken. Hij stak zijn vinger in mijn buik. “Doet dit pijn?” vroeg hij. “En dit…en dit…en dit…en dit…” Hij was overal in mijn lichaam aan het prikken met zijn vingers. Zijn mondkapje was inmiddels afgevallen en een demonische lach werd zichtbaar.
Dit was in een notendop mijn eerste koortsdroom uit een reeks van velen, de afgelopen week. Allemaal onprettig.
De oorzaak ligt in een fikse blaasontsteking die zorgt voor een onweerstaanbare plasdrang in een moorddadig tempo. Die continue onderbreking van slaap in combinatie met hoge koorts zorgden aldus voor die veelheid van koortsdromen. Dit is handig om te weten, omdat ik net de thermometer uit mijn oor trek en daar 39.2 op aflees. Dus als alles wat ik hier neertyp overkomt als geraaskal van een overspannen dorpsgek, kent u de reden.
Maar laat ik bij het begin beginnen.
Afgelopen vrijdag verscheen ik, zoals afgesproken, op mijn wekelijkse afspraak bij de fysiotherapie Eedenburgh, waar ze proberen mijn degenererende longblaasjes een halt toe te roepen. Ik was die dag nogal tevreden met mezelf. Ik had zelf thuis al actief een half uur op de hometrainer doorgebracht en bij de fysio nog drie kwartier me slopende grondoefeningen laten welgevallen. Mijn lichaam heeft daarna hevig geprotesteerd, maar dat was een sympathiek protest. Een protest dat erbij hoort en een bevestiging is van de voldoening die van me bezit had genomen. Pijn is fijn.
Dat had ik beter niet kunnen denken, want de volgende ochtend was de pijn helemaal niet fijn toen ik nietsvermoedend mijn ochtendplas ging doen. Holy fucking shit! Welke gek had mijn blaas met scheermesjes gevuld? Eén keer eerder in mijn leven had ik een blaasontsteking gehad. De pijn herkende ik, alhoewel ik er geen herinnering aan had. Het schijnt dat mensen geen pijngeheugen hebben. Althans, we kunnen ons wel herinneren dát iets pijn deed, maar niet de pijn zélf. Hoe dan ook, ik was plotseling in een hel van koortsdromen en scheermesjes beland. Op het moment dat zoiets gebeurt, start ik altijd in de ‘ontkenningsfase’. “Het zal wel weer over gaan,” dat soort gedachten. Dat heb ik door de pijnlijke realiteit precies een dag kunnen volhouden. Zondag stuurde ik een bericht naar mijn huisartsenpraktijk. Ondertussen had de metafoor van scheermesjes die me ondertussen al teisterden in mijn koortsdromen, plaatsgemaakt voor de vuurwerkzee van de F-side van Ajax. Ik laat de invulling hiervan graag aan uw eigen voorstellingsvermogen over.

Naarmate de dagen vorderden waarbij pijn en koorts verergerden en de huisarts geen sjoege gaf – pas woensdagmiddag kreeg ik de kuur die in veertien dagen een einde moet maken aan mijn persoonlijke hel (dank super-ex!) – nam de uitputting toe. Dat doet rare dingen met een mens. Naast fysiek ongemak, zoals constant krampen in diverse lichaamsdelen, vond ik mezelf rillend op de bank terwijl ik glimlachend zat te grienen om een scene uit ‘The Bucket List‘. Daarvoor of daarna, ik weet het echt niet meer, heb ik zo ‘hard’ gelachen, dat ik ervan moest huilen. Toevallig stond dat ook op de bucket list van Morgan (Carter) Freeman en Jack (Edward) Nicholson. Het kan verkeren.
Maar die informatie dient verder geen enkel doel.

Geef een reactie