Menno Voorwinde, 22 maart 2026

Ik voel me jonger dan ooit.

Dit komt niet omdat ik een vitale reïncarnatie doormaak (was ’t maar waar), maar nee, niets van dat. Ik wil me helemaal niet jonger voelen, maar ik kom er niet onderuit. Ziekenhuis in en uit – inclusief geriatrisch revalidatiecentrum – hebben daarvoor gezorgd. Op die plekken gelden andere regels dan in het ‘buitenleven’. Dit maakt dat patiënten vaak als kind worden behandeld. Vooral als zij niet mee kunnen komen in het tempo dat de zwaar onderbezette zorg vergt. Als je alles bij elkaar in een tijdsbestek van ongeveer tweeënhalve maand zes weken in een ziekenhuis hebt gelegen, kom je zorgverleners in alle soorten en maten tegen.

Het zijn net mensen.

Zo was er een verpleegster die mij meemaakte tijdens mijn gekte door een delieraanval. Zij bleek daarna nauwelijks in staat mij nog anders te zien, ondanks dat zij wist dat ik er niets aan kon doen, laat staan me er iets van kon herinneren. Gek genoeg kan ik daar prima mee omgaan, vanwege de (gezonde) afstand die daardoor ontstaat. Voor zover ik weet, was dat er maar één. De rest van het verplegend personeel was aardig en over het algemeen vakkundig. Tegelijkertijd schuilt daar een gevaar in: overmatige bemoeizucht. Regelmatig moest ik mijn opborrelende woede vol in de ankers gooien. De neiging om patiënten als kind te behandelen is nogal groot, ik vermoed op een geriatrische afdeling meer dan elders. Regelmatig kreeg ik vragen als: “Wat gaan we doen, meneer Voorwinde?” of “Waar gaan we naartoe, meneer Voorwinde?” Ik liep dan op en neer in de ziekenhuisgang, vaak omdat ik spierkrampen weg aan het lopen was en ik, nota bene op doktersadvies, zo vaak mogelijk moest lopen. Vooral de meervoudsvorm haalt het bloed onder mijn nagels vandaan. Hoezo ‘we’? Ga je mee dan?

Gaat u nog even slapen? U weet dat het pas drie uur in de ochtend is? Als u gaat douchen, laat u ons dat dan even weten? We willen niet dat u weer valt, hè? Laat u de deur van het slot, dan zijn we eerder bij u als het weer misgaat? Enzovoort enzovoort. Om gek van te worden. Omdat er per dagdeel nogal wat wisselingen van de wacht zijn (overdrachten), moest ik vaker dan me lief was dezelfde vragen beantwoorden. Nee, ik kan niet meer slapen. Ja ik weet hoe laat het is. Ik ben niet gevallen in de douche, ik ben gaan zitten. Staat dat nu nog niet in het overdracht rapport? Zonder verdere uitleg deed ik waar mogelijk de deur op slot.

Nu weet ik ook wel dat het verplegend personeel onder hoge druk staat. Mijn bewondering voor de tomeloze inzet en geduld dat zij elke dag weer moeten opbrengen, is er niet minder op geworden. Daar tegenover staat mijn frustratie en wanhoop. Het heeft te lang geduurd om daar ongeschonden uit te komen. Tot overmaat van ramp wordt er nu een plan uitgeschreven voor thuiszorg. Tot die tijd krijg ik thuis, want daar ben ik inmiddels, elke ochtend een snotneus op bezoek die controleert of ik mijn medicatie wel heb ingenomen. Het idee hierachter is dat ik wel eens in een delier kan zitten als dat niet het geval is. Ik betwijfel of de snotneus zich daar überhaupt van bewust is. Waarschijnlijk wordt dit krakkemikkig systeem binnenkort (?) vervangen door een dagelijks videoconsult met de thuiszorg.

Enfin, zolang ik mijn naasten hiermee gerust kan stellen laat ik het gelaten over me heen komen. Ik ben thuis en dat is al heel wat. Mijn frustratie heb ik al een tandje lager kunnen zetten. Morgen en de rest van de aankomende weken zal ik weer vaak in het ziekenhuis zijn voor de noodzakelijke bloed-, urineonderzoeken en eventuele vervolgbehandelingen. Een delier zal ik nooit meer krijgen.

Al ben ik de enige die dat zeker weet.

 

 

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *