
Menno Voorwinde, 16 mei 2026
Er is 21% meer vertrouwen in de EU politiek dan in de binnenlandse politiek. Nu verbaast me dat helemaal niet, gezien de onbestuurbaar geworden puinhoop dat ooit Nederland was. Maar daar gaat het me in dit stukje niet om. Het gaat me hier even om het getal ’21’. Sinds het nummerriek stelsel is uitgevonden, worden sommige cijfers of getallen gekoppeld aan diverse – meestal religieuze – bijzondere gebeurtenissen of personen. Denk bijvoorbeeld aan de drie-eenheid. Of het gewicht van de ziel (zogenaamd 21 gram). Of een band, 21 pilots (bekend van ‘heathens,’ soundtrack van de film Suicide Squad) vernoemd naar een toneelstuk van Arthur Miller: All My Sons.
Vorige week had ik een week lang mijn eigen ’21-ervaring’.
Lang heb ik getwijfeld of ik wat komen gaat wel moest opschrijven. Hier en daar is het een nogal een klaagzang. Maar het is voor mij ook een nogal confronterende openbaring. En omdat ik nu eenmaal veel schrijf over mijn fysieke gezondheid – en de invloed die dat heeft op mijn geest – hoort dit er gewoon bij. Al gaat het niet van harte. Maar ook dat is niks nieuws. De overweldigende leegheid na mijn reeks delieren, valt me zwaarder dan ik had verwacht. De woorden waarmee ik het wit van de achtergrond behang, moeten van diep komen. Zoveel anders dan ik was gewend.
Maar goed, daar ga ik dan.
Vorige week was het 21 weken geleden dat Fleur (mijn jongste dochter van elf) vanwege mijn salvo aan ziekenhuisopnames bij haar moeder introk. Tot ik weer beter zou zijn. Het gaat inmiddels goed genoeg met me dat Fleur een nacht zou kunnen doorbrengen in haar eigen huis. Op haar eigen kamer. Met haar eigen spulletjes. Maar ze was bang. Bang dat het uitgerekend mis met haar vader zou gaan als zij er was. Inmiddels zijn we zover dat ze sinds drie weken op woensdag na school naar mij toe komt en na het eten weer naar haar moeder. Ook is ze inmiddels zover dat ze over twee weken een nachtje in haar eigen kamer komt doorbrengen. Zonder enige opgelegde dwang; zonder emotionele chantage, maar uitsluitend omdat ze het zelf wil. Ik zou het niet anders willen. Hoewel het karig is in vergelijking met wat het was (pre-delier was Fleur van zondagavond t/m donderdagochtend bij mij), is de stap enorm te noemen. Fleur heeft zichzelf over een denkbeeldige drempel heen getrokken en dat vind ik ontzettend knap van haar.
Gedurende die 21 weken heb ik échte eenzaamheid ervaren. Dat was een constatering die me als een mokerslag raakte. Ik ging er altijd prat op dat ik zo goed alleen kon zijn. Goed alleen kunnen zijn is natuurlijk niet hetzelfde als eenzaamheid. Eenzaamheid heb ik nooit echt ervaren, omdat ik altijd wel ergens naar onderweg was. Dan maakt het niet uit of je alleen thuis komt. Ik zat dan al ruimschoots vol van mijn portie sociale interactie. De sociale interactie is door mijn fysieke verval nog geen fractie van wat het ooit was. Dat helpt natuurlijk niet. Nooit heb ik er bij stil gestaan hoezeer Fleur mijn bestaan heeft gevuld. Dat weet je pas als ze geruime tijd elders verblijft. God, wat mis ik haar aanwezigheid.
Daarnaast blijf ik mij verzetten tegen dat verval. Maar ik moet voorzichtig zijn. En dat is niet eenvoudig. Ik ben nooit een voorzichtig mens geweest. Integendeel, het is er mede debet aan dat ik een fysieke ruïne ben. Eigen schuld. Ik weet het. Maar dat maakt het niet minder kut. Als ik niet voorzichtig ben loop ik de kans op een nieuwe delier. Nadat ik er bijna aan onderdoor ben gegaan, heb ik mezelf beloofd dat ik nooit meer een delier krijg.
En daar houd ik mij aan.

Geef een reactie