
Menno Voorwinde, 29 september 2026
Ik was er tussen gefrommeld. Bij het bloedprikken. Het moest op korte termijn, want de dag erna had ik een consult bij de MDL arts. De poli assistente had mij ertussen weten te krijgen. Wat er niet tussendoor was gekomen, was de bloedafname opdracht. Die had de MDL arts moeten doorgeven. De laborante kopieerde de laatste opdracht die ze kon vinden. “Anders kom je morgen gewoon even terug,” zei ze vriendelijk. Ik haat dit soort losse eindjes. Dat heeft altijd gevolgen. En dan bedoel ik: gevolgen voor mij en niemand anders. Aan de andere kant was ik blij dat ik het lab had gehaald. Uitputting verbood opstandig gedrag. Bovendien kon de laborant er ook niks aan doen.
De uitputting die ik ervaar kan verschillende oorzaken hebben. De laatste tijd was dat voornamelijk een veel te lage HB waarde. Bloedarmoede in de volksmond. Een andere oorzaak die relatief vaak voorkomt bij mij is vochtophoping, waardoor mijn organen te weinig ruimte krijgen. En dan met name de longen, waardoor kortademigheid wordt veroorzaakt. De symptomen van beide voorbeelden zijn nagenoeg hetzelfde, althans in beleving. Onlangs ontdekte ik een subtiel verschil. Bij uitputting door vochtophoping blijft een zekere geestelijke ‘fitheid’ bestaan, terwijl die volledig is verdwenen bij bloedarmoede.
Een minder subtiel symptoom bij vochtophoping is een razendsnelle gewichtstoename in relatief korte tijd. Ik ben nu binnen twee weken meer dan tien kilo aangekomen. De conclusie is wat dat betreft niet zo moeilijk. Zeker niet als je kijkt naar mijn buik, die Obelix nog angst zou inboezemen. Om nog maar te zwijgen over mijn enkels die niet onderdoen voor een maatje olifant. Ik voel alweer aankomen dat ik voor de derde keer een buikpunctie moet krijgen om het overtollig vocht af te voeren. Ik krijg steeds meer de behoefte om elke symptoombestrijding – of het nu een bloedtransfusie, dan wel een vochtafdrijvingsprocedure – te weigeren, totdat nu eindelijk wordt vastgesteld wat de oorzaken van deze terugkerende excessen zijn. Elke keer stokt het onderzoek daarnaar, waardoor ik nog geen moer ben opgeschoten. Ik mis doortastendheid bij artsen en specialisten in ziekenhuis Tergooi Hilversum en overweeg via de huisarts een doorverwijzing naar een grondiger ziekenhuis (het AUMC/VUMC te Amsterdam) af te dwingen.
Vandaag heb ik om 14:10 een afspraak bij de MDL arts. De arts is op zich kundig, maar laks. Ik heb hem regelmatig moeten wijzen op tekortkomingen in de behandelprocedure, zonder dat te verpakken in een stapel verwijten. Altijd met de mantel der liefde, omdat je daar nu eenmaal verder mee komt dan met woede. Maar er zijn grenzen. Ik voel me steeds vaker een proefdier, waar de wetenschapper niet buitensporig in is geïnteresseerd. Maar misschien is het ook wel gewoon een combinatie van werkdruk en onkunde. Hoe dan moet deze vicieuze cirkel van ellende doorbroken worden. Ook als dat niet mogelijk blijkt, wil ik dat weten.
Ik ben niet achterlijk en weet dat ik geen lang leven meer voor me heb. Mijn lever en longen zijn teveel naar de gallemiezen om stupide hoop te koesteren. Ik leef in geleende tijd want ik heb al meer levens opgemaakt dan een kolonie wilde katten. Wat voor mij het leven nog waard maakt om te leven zijn mijn geliefden. Maar daar kan ik alleen van genieten als ik zonder pijn en een zakje vol met zorgeloosheid, mijn laatste maanden (misschien enkele jaren, maar ik denk het niet) kan doorbrengen. Ik besef dat dit nogal dramatisch overkomt, maar ik weet hoe ik me voel en als ik iets goed kan duiden is het mijn geestelijke en lichamelijke toestand. Let wel: ik wil alles behalve dood, maar de weigering om de dood als voldongen feit te accepteren is zich langzaam maar zeker om aan het zetten naar gelatenheid.
Ondanks mijn immense angst voor het ultieme niets.

Geef een reactie