
Menno Voorwinde, 21 oktober 2026
Alles was anders, toen ik zes jaar geleden besloot mijn ervaringen met ziekenhuizen vast te leggen op een website. De kiezelkronieken noemde ik de reeks columns en ze lopen nog steeds.
Alles was anders, toen er zes jaar geleden een snelgroeiende tumor in mijn keel werd gevonden. Ik had energie zat en zag nog overal de humor rondzingen. Ik schreef toen drie stukjes per dag. Ik ging overal naartoe, zonder daarbij na te denken. Dat was ook niet nodig.
Alles was anders, toen ik zes jaar geleden eenmaal geopereerd was en behalve mijn tumor ook mijn reuk- en spraakvermogen weg was gesneden. Pas na vele ziekenhuisbezoekjes heb ik geleerd te spreken via een apparaatje (TruTone Emote). De impact heb ik onderschat. Mijn relatie was in die tijd op de klippen gelopen.
Alles was anders, toen ik zes jaar geleden dacht dat ik uiteindelijk een redelijk leefbaar leven zou krijgen. Ik weet niet of dat naïef was of ik ‘gewoon’ veel pech heb gehad dat dit niet gebeurde.
Alles was anders toen. Ik tastte volstrekt in het duister over de carrousel van lichamelijke (en daardoor ook geestelijke) aaneenschakeling van klachten die niet licht van karakter waren. Zes jaar strijd en ik heb steeds min of meer gewonnen. Ik ben er nog. Maar het heeft me meer gekost dan ik van te voren bereid was te verliezen. Alhoewel, dat denk ik nu, maar ik weet vrijwel zeker dat als ik dat zes jaar geleden voorgespiegeld had gekregen, ik ze strijdbaar had aanvaard. Want wat is er belangrijker dan het leven zelf?
Ik draag veel verdriet met me mee. Dat is geen drama, dat is gewoon zo. Mensen zeggen weleens dat ze niets anders zouden doen, als ze hun leven over mochten doen. Ik zou bijna alles over willen doen. Het meeste verdriet dat ik meedraag heb ik zelf veroorzaakt en het valt me zwaar daar ‘een plekje’ (jeuk, jeuk, jeuk) voor te vinden. Mijn oudste dochter vindt dat ik mezelf meer moet vergeven. Ik ben dat met haar eens, maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Is er dan niets meer de moeite waard? Jawel. Even afgezien van de liefde die ik voel voor de kleine kring om mij heen, zijn het vooral de vreugdemomenten dat ik iets kan doen wat zes jaar geleden nog vanzelfsprekend was.
Een theaterbezoek, een biljartje leggen, een bescheiden feestje waar de mensen komen die ik hierboven beschreef. Als mijn lijf toelaat dat ik af en toe daaraan kan deelnemen, maakt me dat heel even gelukkig. Zo had ik afgelopen weekend een feestje waar mijn Oer Ex haar verjaardag vierde. Ik heb dat vier uur kunnen volhouden, toen was mijn luchtpijp volgelopen en moest ik als de sodemieter aan het vernevelapparaat. Daar stond tegenover dat ik een paar diep gekoesterde vrienden uit Amsterdam weer eens zag. Het komt niet vaak voor dat je al veertig jaar een klik hebt met mensen die elke keer voelbaar is wanneer je ze ziet. En dat is niet vaak.
Daar kon ik wel weer even mee vooruit, al had ik de avond graag nog wat verlengd.
Ik had dit stukje beter afgelopen zondag kunnen schrijven, dan was het waarschijnlijk vrolijker geweest en met minder zelfreflectie, maar mijn herstelperiode na zo’n feestje is te lang. Dus stel ik uit en naarmate het uitstel langer duurt, neemt de weerzin om te schrijven toe. Schrijven, het liefste dat ik doe (deed?), is een martelgang geworden. Teveel factoren werken tegen. Het belangrijkste gevecht is: ik tegen mezelf. En daarbij kom ik zelden als winnaar uit de strijd. Ik kan nog slechts dromen van de productiviteit die ik zes jaar geleden had. Ach, ja. Wat wil je?
Alles was toen anders.

Geef een reactie