Menno Voorwinde, 23 juni 2025

We reden voorbij een bord dat ons vertelde dat we ‘Het Groene Hart’ betraden. Ik keek om me heen en zag voornamelijk gele, dorre, weilanden. In de verte een boerderij met een paar groene bomen. Het Groene had hier duidelijk hartproblemen.

Het betekende ook dat broer Henk en ik dichtbij onze bestemming waren. Het was ruim een uur rijden en hoe dichter we de eindbestemming naderden, des te stiller werden we. Ik was al vanaf begin mei bezig geweest om een afspraak te krijgen. Afgelopen vrijdag was ik er, na talloze pogingen, eindelijk tussengekomen. We waren even bang dat de aankomende NAVO top roet in het eten zou gooien, maar dat bleek ongegrond. We moesten de afslag Voorburg hebben en de parkeergarage lag op honderd meter van onze eindbestemming.

Bij binnenkomst kregen we duidelijke instructies. Na legitimatie moesten onze telefoons, mapjes, pennen en tassen in een kluisje worden opgeborgen. Mijn tasje met medische hulpmiddelen mocht wel mee, maar niet voordat het grondig was gecontroleerd. De beveiliger die mij controleerde kreeg instructies van een toegesnelde floormanager. Zij deelde de beveiliger mee dat ik dat tasje mee mocht nemen. Kennelijk had zij daarvoor even overleg gehad met de uiterst vriendelijke receptioniste, die ik als enige op de hoogte had gesteld van mijn conditie. Broer Henk en ik kregen allebei een potlood mee en ik kreeg nog de instructie dat ik mijn tasje met het hengsel om de armleuning van de stoel moest hangen. “Uiteraard niet als ik het tasje nodig had,” benadrukte de floormanager haastig, maar overbodig.

We vonden het allemaal best. We wilden naar binnen en doen waarvoor we waren gekomen: het uitpluizen van het oorlogsverleden van mijn opa. De vader van mijn moeder, om precies te zijn. Het werd een zowel schokkende, als verhelderende dag.

De reden dat we dit deden – broer Henk en ik zijn niet bijzonder geïnteresseerd om te graven in wat is geweest – was omdat binnen de familie tegenstrijdige verhalen werden verteld over de rol van mijn opa en oma in de oorlog. Eén van die verhalen was dat mijn opa aan het oostfront granaten zou hebben gegooid in kelders waar vrouwen en kinderen zich hadden verborgen. Een ander verhaal is dat mijn oma de kwade genius was achter de aanmelding van mijn opa bij de Waffen SS. Weer een ander verhaal beweert dat mijn oma verkracht zou zijn door Duitse officieren (onder de ogen van haar jonge dochter, mijn moeder) om af te dwingen dat mijn opa zonder morren naar het oostfront zou gaan. Met het dreigement op zak dat als hij zou deserteren dit het leven van zijn kinderen en vrouw zou kosten.

Mijn opa sprak er zelf nooit over. Mijn oma ook niet. Mijn vader wel. Hij zocht regelmatig de confrontatie met zijn schoonouders en mijn moeder moest dan alle zeilen bijzetten om de lieve vrede te bewaren. Een deel van de verhalen kwamen pas los toen mijn opa en oma waren overleden. Meestal door familieleden met een flinke slok op. Bij doorvragen door mij of mijn broer werd meestal ontwijkend en wegwuivend gereageerd. Nooit hebben we duidelijkheid gekregen. Omdat dit een steeds wederkerende frustratie bij broer Henk en mijzelf opleverde, besloten we het voor eens en altijd zelf uit te zoeken. Een goed moment, want alle direct betrokkenen zijn dood.

U begrijpt inmiddels dat we ons hadden gemeld bij het Nationaal Archief in Den Haag. Om precies te zijn bij het CABR (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging). Bij noodzakelijk vooronderzoek bleek dat mijn opa in drie dossiers werd genoemd. Dat gaf mij het recht om een afspraak te maken. Eén dossier per keer mochten we doorspitten. De leeszaal waar we dat moesten doen zat propvol en vond ik verrassend klein. Ik schat dat er plaats was voor een man of veertig.

Alle verhalen die ik hiervoor noemde bleken broodje aap verhalen. De waarheid zagen we evenmin aankomen. Die was vele malen harder dan we konden vermoeden. Mijn opa had zich in 1933 vrijwillig aangemeld bij de NSB en had mijn oma ook lid gemaakt. Uit de dossiers blijkt dat mijn opa daarbij enige dwang naar mijn oma niet had geschuwd. Hoewel mijn opa – hij was kapper – het financieel niet slecht had, bleek hij ontevreden met de gang van zaken in de wereld. Zijn opleiding bestond slechts uit L.O. (in die jaren stond dat voor Lager Onderwijs). In zijn omgevingskring regeerde de onderbuik. Dit blijkt uit verklaringen van zijn ‘kameraden’ bij politieverhoren na de oorlog. Bij de NSB voerde hij onder andere het beheer over enkele ‘Kringhuizen.’ Ook verspreidde hij propagandamateriaal voor de NSB dat later werd teruggevonden onder zijn huisvloer. Teleurgesteld in de NSB, die haar beloftes aan hem niet nakwam, sloot hij zich na het begin van WOII geheel vrijwillig aan bij de Waffen SS. Hij kreeg een bloedgroeptattoo onder zijn oksel: SS O en kreeg opa een sport- en militaire opleiding in Duitsland. Drie keer is hij naar het oostfront geweest. Hij is zwaargewond geweest na geweerschoten en granaten. Hij ging na langdurige revalidaties steeds weer terug naar het front. Hij heeft diverse promoties in het Duitse leger gemaakt en ontving diverse militaire onderscheidingen waaronder het IJzeren Kruis. Hij heeft dit zelf allemaal verklaard aan de rechercheur die hem na de oorlog heeft ondervraagd. We hebben foto’s van hem gezien in zijn daarbij behorende uniformen. Hij was trots op zijn onderscheidingen en zijn bevorderingen van SS-mann naar Rottenführer tot Unterscharführer. Hij verklaarde zonder blijkende schaamte de eed aan Mussert en later aan Hilter te hebben afgelegd. Zijn handgeschreven brieven die hij verstuurde naar het thuisfront, ondertekende hij steevast met Heil Hitler.

Mijn oma heeft onmiddellijk na uitzending van mijn opa naar het oostfront haar lidmaatschap van de NSB opgezegd. Zonder dat ze daar invloed op had, kreeg ze als vrouw van een dienaar van het Duitse Rijk wel een toeslag in geld, voedsel en kolen. De bonnen daarvan zitten in het dossier. Mijn opa werd uiteindelijk gevangen genomen door de Amerikanen in Blankenberg op 19 april 1945.

Zijn gang, nadat hij zich had aangemeld bij de Waffen SS, is in chronologische volgorde: opleiding Sonnheim en Klagenfurt ->oostfront Lemberg en Poltawa -> zwaargewond (geweerschoten door benen en twee gebroken armen) via een lazaret naar ziekenhuis de Lichtenberg in Amersfoort -> één jaar revalidatie -> oostfront -> gewond door geweerschoten en granaatscherven -> terug naar oostfront Tsjerkasie -> weer gewond na gevechten voor 5e pantzerregiment divisie Wiking naar genezingsregiment Riga -> arrestatie in Blankerberg door Amerikanen -> Veroordeling in ’47 door het Bijzondere Gerechtshof Amsterdam tot tien jaar gevangenschap en voor vijftien jaar het Nederlanderschap ontnomen -> gevangen gezet in Texel en daarna Vught.

Spijt kreeg hij pas op late leeftijd. Hij was Nederlands Hervormd en het besef moet ondertussen tot hem doorgedrongen zijn dat hij volgens zijn geloof zich moest verantwoorden aan een hogere macht voor zijn misdaden. Door stoflongen versteende longen gaven de artsen hem nog maximaal een half jaar (hij heeft jaren in de Limburgse mijnen moeten werken). Hij hield het door angst nog vijf jaar vol. Dit klopt, want ik was getuige van zijn lijdensweg.

Mijn broer Henk en ik beseffen dat nog niet alle antwoorden zijn gegeven. Die kunnen ook niet meer worden gegeven. Hiermee zullen we het moeten doen. En het is voldoende. Hoe ik mijn beeld bij moet stellen zal nog wel even tijd vergen. Als ik er überhaupt nog een zinnig beeld van kan schetsen.

Ik zal er in ieder geval voor waken dat het een Broodje Aap verhaal wordt.

Noot: Ter bescherming van de privacy van derden en nabestaanden heb ik de vele namen die worden genoemd in het dossier van, met name, NSB’ers niet genoemd.

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *