
Een week geleden, op vrijdag, was ik terug op de grond waar ik de gelukkigste jaren van mijn leven heb gehad. Bussum.
Zolang was die ‘gelukkige-jaren-periode’ trouwens niet eens. Een jaar of tien. Tot mijn zestiende levensjaar. Alles na die periode van onbezorgdheid, ging cumulatief bergafwaarts. Mijn chaotische leven kende wel enkele periodes van relatieve rust en eenvoud. Achteraf kan ik wel zeggen dat die periodes herstelperiodes waren van mijn op hol geslagen bestaan. Al kan ik me niet herinneren of dat bewuste keuzes waren. Maar goed, dat doet er verder niet toe. Een van de periodes werd ingeluid toen ik me aansloot bij een biljartvereniging. Binnen de biljartvereniging was ik de jongste. Het was toen, met recht, een ouwe lullen sport te noemen. Ik werd ingedeeld in een team en ingeschreven voor een competitie in het libre-genre. Ik was er niet bijzonder goed in, maar ontdekte wel een hoop cafés waar ik anders nooit zomaar zou zijn binnengestapt. Althans niet in mijn jongere jaren.
Overal waar ik kwam hing een gezellige sfeer en zonder uitzondering werden de tafeltjes door Perzische kleedjes bedekt. Er werden continue schijtlollige grapjes gemaakt, mensen belachelijk gemaakt die het net zo hard terug deden. Seksistische grappen, voornamelijk gemaakt door mannen (uiteraard), maar vrouwen die daar snoeihard overheen gingen en altijd aan het langste eind trokken. Niemand was op zijn hoede. Aan het eind van de avond maakte het niet uit wie er gewonnen had en ging iedereen half dronken en met een glimlach naar huis. Die sfeer is inmiddels uit de mainstream samenleving gecanceld. En dat vind ik jammer.
Dat komt omdat iedereen nu eenmaal in essentie de generatie is, waartoe hij behoort. In mijn geval worden leden van mijn generatie meestal aangeduid als ‘boomer’. Ik zit binnen dat raamwerk in het generatie X gedeelte. Diegene die zich fluïde kunnen opstellen, kunnen begrip op brengen én rekening houden met anderen. Ook al kunnen ze zich daarbij niet geheel of gedeeltelijk invoelen. Ik ben behoorlijk no-nonsense opgevoed. Klassiek gezin: klootzak van een vader die toch van ons hield en een liefdevolle maar zwijgende, slaafse moeder. Bij moeders kon je huilen, bij vader kreeg je er een reden bij om te janken. Ik jankte zelden en alleen. Dat was beter voor iedereen. Dat heeft wel zijn weerslag gehad op mijn karakter. Een fluïde boomer, als ik mezelf dan toch moet classificeren. Ik heb mijn aangeboren gehate genen kunnen vervangen voor en door mijn fluïde kijk op de wereld, maar dat heeft wel even geduurd.
Die gedachten kwamen in flarden voorbij toen ik met broer Henk voor het eerst weer eens gingen biljarten. We kozen van te voren voor de Viersprong, een café dat ik in een vorig leven tijdens de biljartcompetitie weleens bezocht. Broer Henk had de middag vrij genomen en het vooraf verheugen was groot. Het plezier in biljarten was snel hervonden. Bij binnenkomst was het nog vrij rustig. We zetelden aan de bar en vroegen de barvrouw of we binnen afzienbare tijd konden biljarten. Dat kon meteen. Er was nog een biljart om de hoek. Het was zo lang geleden, dat ik die ruimte helemaal was vergeten. De airco was kapot en het werd warmer. Na een uurtje kwamen er twee monteurs die de airco in no-time hadden gemaakt. De vrolijke barvrouw, middelbare leeftijd, ging op een gegeven moment onder de airco staan om haar borsten heen en weer te schudden. Ze maakte er een vrolijk toneelstukje van, tot vermaak van de gasten. Zij bleek al dertig jaar de eigenares en had de zaak overgenomen van haar ouders, die ik me vaag kon herinneren. Ze praatte aan één stuk door en het was een verademing. We hoefden nergens rekening mee te houden. Behalve om af te rekenen.
Nadat ik vreselijk was afgedroogd door broer Henk gingen we nagenieten op het terras. Daar was inmiddels bondscoach Koeman gaan zitten. Met een klein groepje. Hij blijkt tegenwoordig in Bussum te wonen. Vlakbij mijn ouwe lagere school. Het kan verkeren. Mijn broer wist dat dan weer. Andere nieuwsinteresses dan ik, zullen we maar zeggen. Hij kwam daar kennelijk vaker want de mensen die hem schouderkloppend begroetten, konden op een soortgelijke behandeling retour rekenen. Hoewel er veel kinderen langs kwamen, durfden slechts twee ervan om een selfie te vragen. Uiteraard deed Koeman dat, gezien het overvolle terras.
Ik heb genoten. Van de hele dag. Van elk moment, maar vooral van het gevoel niet op je tenen te hoeven lopen.
De boomer die even niet fluïde was.

Geef een reactie