Het is een week sinds ik de laatste onderzoeken heb gehad. Aankomende vrijdag is de aanzet tot, voorlopig, de laatste. Dat wordt een heftige. Onder algehele narcose trekt de kaakchirurg drie kiezen en peurt de KNO arts enkele biopten uit De Kiezel. De kiezen worden getrokken uit voorzorg. Ze zijn verdacht. Dat betekent dat er misschien een ontsteking in zit. Dat móét worden vermeden. Bot kan door straling bloot komen te liggen. Pijnlijk. De biopten zijn nodig, vermoed ik, om de intensiteit van de bestraling te kunnen bepalen. Ik weet nog niet hoe laat de kijkoperatie en de kiezentrektocht aanvangt. Op vrijdag wordt in de ochtend geopereerd. De anesthesist en de zuster van de planning gaan mij nog bellen. Ondertussen kijk ik uit naar vrijdag. Het interbellum duurt te lang.
De noodzakelijke strijd moet nu eindelijk worden gestreden. Ik verheug me niet op de lijdensweg, wel op het begin van het einde ervan. De onvermijdelijkheid van de behandeling wenst een spoedige start. De dagen duren te lang. De onzekerheid duurt te lang. Alles duurt te lang. Het is verloren tijd. Verloren omdat de gedachten aan wat komen gaat, niet meer weg te werken zijn. De Kiezel manifesteert zich steeds nadrukkelijker. In de vorm van jeuk in mijn oor, pijn bij het eten, pijn bij het slikken en een voortdurend zeurende pijn. Moeite met ademen wordt groter. Zo ook De Kiezel zelf. Ik voel het. We gaan er onder lijden. Linda en ik. Veel brengen we door in stilte. We weten allebei wat er moet gebeuren. Ook voor Linda zijn de dagen te lang. Kleine ontploffingen ontladen de irritatie. Het escaleert nooit. We weten het van elkaar.
Onder andere omstandigheden zou ik zoveel mogelijk de deur uitgaan. Tot aan de behandeling. Dat gaat maar beperkt en straks helemaal niet meer. De stralingstherapie zorgt voor afbraak van het immuunsysteem. Hierdoor stijg ik ongetwijfeld met stip op de ranglijst van risicogroepen. Het zij zo. Zolang De Kiezel maar wordt verslagen zonder al te veel schade aan zijn drager. Jammer dat De Kiezel niet operatief is te verwijderen. Graag had ik hem op sterk water meegenomen. Als trofee van een glorieus gewonnen veldslag. Hij zou prachtig staan op de schoorsteenmantel. Elke ochtend zou ik minachtend op hem neerkijken. “Wat dacht-ie wel niet?… Nou!?” Tevreden zou ik koffie gaan zetten. Glimlachend. Het mag niet zo zijn.
De Kiezel en zijn gebroed worden door straling vernietigd. Niets zal er van hen overblijven. Uit mijn lichaam weggebrand. Ongetwijfeld ten koste van wat ‘collateral damage’. Een kniesoor die daar op let. Nuken die handel. Geen trofee, geen genade. Nog een paar lange dagen. Een operatie. Een wapenstilstand. Uitslagen. Behandelplan. Stralingsmasker. Behandeling. Zeven weken oorlog. Ik ben er klaar voor.
Het interbellum is nu het grootste obstakel.
Volgende: Kiezel 10


Geef een reactie