Vrijdagochtend om vijf over negen had ik een afspraak bij mijn MDL arts. Enige tijd geleden heb ik bloed afgegeven om te controleren of mijn kaliumgehalte alweer op aanvaardbaar niveau zat (ik had twee soorten plaspillen gekregen omdat er enorme vochtophopingen op onaangename plekken in mijn lichaam waren ontstaan, mede veroorzaakt door een veel te laag kaliumgehalte). Het is standaard dat hij dan andere waardes ook meteen laat meten, omdat ik nu eenmaal een knipperlichtrelatie heb met mijn organen. Ik was daar om de uitslag te bespreken. Hij begon aan een uitleg die eigenlijk niets verrassends liet zien. Alle waardes waren min of meer wat ik ervan mocht verwachten, gezien de staat waarin mijn organen zich bevinden. Hij liep alles langs. Toen hij klaar was vroeg ik naar de kaliumwaarde, want daar ging het tenslotte om.

Hij kleurde enigszins rood en ik zag het ‘kwartje vallen’.

“Oh…dat ben ik vergeten aan te kruisen. Niet zo handig van me,” was het lichte understatement.

In gelatenheid stelde ik voor om dan maar meteen weer bloed te laten prikken, aangezien ik er nu toch was. Hij vond dat een goed idee en maakte de administratie in orde. We namen nog wat zaken door, niet erg interessant, waarna hij me naar de MDL balie verwees die de opdracht via de mail van de arts zou ontvangen. Zij moest me er op de overvolle bloedafname-afdeling tussen wurmen. Ik was bijna bij de balie en de MDL assistente begroette met een volle lach. “Meneer Voorwinde! Ik zeg net tegen mijn collega dat mijn favoriete patiënt eraan komt!”

Voor zover ik mij kan herinneren had ik haar maar één keer eerder gezien. Bij mijn vorige doorverwijzing naar de bloedafname. Ik heb toen wel een leuk gesprek met haar gehad. Niet dat ik me het gesprek kan herinneren, maar wel dat het plezant was. En natuurlijk herkende ik haar uiterlijk. Een open gezicht waar de vriendelijkheid vanaf spat. Goedlachs, grote ogen, oprecht geïnteresseerd en vakkundig. Met haar charme had ze in een wip een afspraak afgedwongen bij de bloedprikkers. Ze liet me pas gaan toen ik had beloofd dat ik haar even gedag kom zeggen bij mijn volgende bezoek aan het ziekenhuis. Uiteraard honoreerde ik dat verzoek. Ik zal niet de enige zijn die niet geheel ongevoelig voor een lichte streling van het ego is.

Maar goed. Met noodzakelijkheidszin sloot ik aan bij de mierenhoop in de wachtruimte van het laboratorium. Het duurde uiteindelijk een half uur voordat mijn naam werd omgeroepen. Een vakkundige bloedprikker zorgde ervoor dat ik binnen een minuut weer onderweg naar de uitgang van ziekenhuis TerGooi kon gaan. Eén bloedbuisje minder. Ik had dankzij mijn vele ziekenhuisbezoekjes ondertussen geleerd om de etage van de parkeergarage in mijn kortetermijngeheugen op te slaan. Etage 2, aangeven met een egeltje.

Waarschijnlijk zijn die getekende toevoegingen aan etages een extra geheugensteuntje. Kennelijk werkt het, ik wist nog welk diertje bij ‘mijn’ etage hoorde. Maar ja, ik had ook onthouden dat het etage 2 was. Ik ben er niet uitgekomen of die twee duidingen elkaar hielpen om het te onthouden. Als dat zo is, dan is dat natuurlijk wel weer handig.

Een openbaring volgde.

Ik had me, voor het eerst sinds St. Juttemis, vol overgave gestort op een volslagen onbelangrijk probleem zonder dat ik het gewicht van de rampspoed in de wereld met me mee torste. Ik voelde me zowaar betrekkelijk goed. Toe maar.

De wonderen zijn mijn wereld nog niet uit.

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *