Menno Voorwinde, 16 juni 2026

Het waren trieste weken. Als de ouderdom vordert, dringt de dood zich steeds nadrukkelijker op.

Lieke Marsman en Wim T. Schippers zijn de laatsten in een lange reeks van verlies. Althans uit de reeks die mij meer dan gemiddeld raakt. Sinds mijn 13de levensjaar, toen ik een lang gesprek had met mijn vader over de dood, reist deze ongenode gast met mij door het leven. Mijn vader verwachtte van de wetenschap dat als hij oud zou zijn, de technologie iets had uitgevonden waarmee je het leven eindeloos kon verlengen. Hoe dat eruit zou moeten zien, wist hij ook niet precies.

Het vervulde mijn eenvoudig te bedonderen jongenshartje met hoop.

Mijn voornaamste angst was geboren. Als de iconen uit je jeugd bij bosjes beginnen te vallen, is je eigen sterfelijkheid nauwelijks nog te verdoezelen. De dood wint altijd. Lieke Marsma en Wim T. Schippers wilden ook niet dood. Het hartverscheurende gevecht dat Lieke met onwaarschijnlijke moed voerde tegen kanker en de onontkoombare dood heb ik met grote bewondering van afstand gevolgd. Als zij niet had gedaan wat ze heeft gedaan, durf ik wel te stellen dat ze al veel eerder was heengegaan. Wim T. vond dat hij niet dood kon, want het was nog een rommel thuis. Hij liet het ook een rommel zijn, want dan kon hij niet dood.

De reeks is lang en ik heb veel te veel tijd om daar over na te denken.

Toen ik zes jaar geleden de schrijverscursus van Eva Hoeke volgde (in diezelfde maand hoorde dat ik kanker had), voelde ik me nauw verbonden met de beslommeringen van haar gezin. Zij beschreef die onnavolgbaar in haar columns. Soms hilarisch, soms doorspekt met leed. Het dagelijkse leven door de ogen van iemand die geen detail ontgaat. Ik verslindt ze nog steeds, maar de verbinding dreig ik te verliezen. De herkenning die ik altijd wel ergens tegenkwam is aan het vernevelen. Na mijn deliers is mijn huis leeg. Net zoals mijn geheugen. Mijn jongste dochter was bij haar moeder ingetrokken en de levendigheid die daardoor was verdwenen dreef me verder de nevelen in. Pas sinds kort durft Fleur het aan weer bij haar vader te overnachten.

Als zij ronddartelt vergeet ik mijn angst en vind ik de kracht om me te verzetten tegen het onvermijdelijke. Afgezien van de voortschrijdende fysieke aftakeling, zijn de voortekenen gunstig. Fleur heeft het weer naar haar zin hier. Ze kwam zelfs met vriendinnen van school thuis. Dat heeft op mij, al ben ik daar voorzichtig in, ook een positieve invloed. Al een aantal weken krijg ik de woorden die de zinnen vormen waar ik zo van hou, niet meer uit mijn pen. Tot nu dus. Al houd de kwaliteit niet over. Ik heb over dit schrijven twee dagen gedaan, maar er staat in ieder geval weer iets op ‘papier’. En de dood? Ik houd hem weer op enige afstand, maar Hij blijft met me meereizen.

Niks aan te doen.

 

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *