
Menno Voorwinde, 18 juli 2026
In mijn vorige stukje heb ik geen uitslagen van het laboratorium gedeeld met jullie.
Dat is niet omdat ik het vergeten was, wat op zich heel makkelijk had gekund gezien de frontale aanval op mijn geheugencellen. Ik had weliswaar bemoedigende uitslagen van de MDL arts gekregen, maar sommige daarvan moesten nog wel even bevestigd worden door de nefroloog. Daarnaast was er één ontmoedigend testresultaat dat nader onderzocht moest worden. Direct na het bezoek aan de MDL arts werd ik – wederom – naar het laboratorium gestuurd. Er was namelijk een zorgelijke vorm van bloedarmoede geconstateerd. Alleen het waarom was niet duidelijk. Hij (de MDL-arts) wist bijna zeker dat de bloedarmoede door ijzertekort kwam, maar moest dat wel nog even door nieuw bloedonderzoek bevestigd zien.
Dat bleek het geval.
Ik moet ervoor aan een infuus om ‘die lever even lekker vol te pompen’, aldus de MDL arts. Gisterochtend moest ik al vroeg in ziekenhuis Tergooi zijn, bij de nefroloog, om bevestigd te krijgen wat ik eigenlijk al wist: mijn nieren zijn weer gezond en mijn leverwaardes waren weer als vanouds. ‘Als ik niet wist dat jij het was, zou ik denken het de lever van een normaal persoon was’, aldus de MDL arts, eerder die week. Dat leek me sterk gezien de onherstelbare schade die mijn lever gedurende mijn ‘bewogen’ leven heeft opgelopen, maar ik had geen zin daarover een discussie aan te gaan. Ik zag hem voor het eerst sinds ik patiënt bij hem ben, in een vrolijke bui. Toen ik mij moest melden bij de balie om direct doorgestuurd te worden naar het laboratorium voor het aanvullend bloedonderzoek, waren ze al net zo verbaasd over zijn vrolijkheid als ik. De flauwe grappen naar aanleiding van zijn vrolijkheid, die weliswaar succesvol aan de balie waren, zal ik u besparen.
Maar goed, ik zat bij de nefroloog oud nieuws te ontvangen. Hij hoeft me niet meer terug te zien en dat is prettig als een arts dat tegen je zegt. Een paar zaken moet ik in de gaten blijven houden, bloeddruk o.a., maar vooral mijn gewicht. Dat is voor mij geen moeite, omdat ik die waarden elke dag meet en opsla in een excel bestand. Een routine die ik mezelf heb aangeleerd. Behalve een goede arts is mijn MDL arts ook een sloddervos. De uitslag van de aanvullende bloedtest moest allang bekend zijn, maar dat hij niet naar me gemaild. Dus ging ik na de nefroloog zelf maar weer even langs bij de balie van de MDL afdeling. Lang verhaal kort: woensdag aanstaande mag een paar uurtjes aan het ijzerinfuus.
Ondertussen had ik geen tijd gehad voor sombere gewaarwordingen. Ik schonk nauwelijks aandacht aan het monster dat me niet zo lang geleden wou verslinden. Wel vermeed ik de eindeloze gang in te kijken. Ik zie niet op tegen het ijzerinfuus. Het zou moeten helpen tegen mijn overweldigende oververmoeidheid. Bovendien had ik al mijn wilskracht nodig om te kunnen blijven lopen. Eerder schreef ik al eens dat mijn organen het van elkaar overnemen als er een probleem met een van hen wordt opgelost. Die plek wordt nu nadrukkelijk opgeëist door mijn longen. Ik huppel al een tijdje rond met COPD – GOLD III, balancerend op de grens met GOLD IV. Het laatste stadium. Ik ervaar nu toenemende symptomen die wijzen op GOLD IV. Symptomen die ik niet eerder had. Verzuring van de spieren als ik een paar meter heb gelopen, bijvoorbeeld. Om van de kortademigheid maar te zwijgen. Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar dat doe ik niet want dan blijft er niets meer over van mijn levenslust.
Totdat ik mijn longarts heb gezien, zal ik mezelf voor de gek houden door hitte en slechte luchtkwaliteit de schuld te geven.

Geef een reactie