Menno Voorwinde, 30 december 2025

Je ziet hierboven de datum 30 december 2025 staan. Dat klopt, want toen had ik mijn eerste zin opgetekend. Waardoor de onderbreking die tot de datum van vandaag (4 januari 2026) kwam, leg ik hier uit.


Naarmate ik ouder word, drukt de laatste maand van een kalenderjaar steeds zwaarder op mijn gemoed. De opgeklopte kerstsfeer is zo goed als onverdraagbaar. De commercie die kwijlt over haar eigen, op sentiment gedragen, emo-reclames. De hypocriete vredeswensen van bekenden en onbekenden (alleen in de kerstperiode in standje overdrive). Miljoenen dieren die extra worden afgeslacht terwijl wij vrede en liefde prediken met een geurig lamsrek, hazenrug, Flappy of ander aangeschoten wild voor onze gulzige neuzen en monden. Ergernis en indalende donkere triestheid.

Het meest zag ik op tegen de lijstjes die overal van werden gemaakt. Vooral die van de overledenen hakken er steeds harder in. Het unheimische gevoel dat je steeds verder van de comfort schenkende wereld waar ik me, ondanks mijn karakter gebonden buitenstaandersgevoel, zo thuis heb gevoeld. Ik heb ooit de film Wings of Fame gezien met geweldenaar Peter O’Toole. De film speelt zich voornamelijk af in een soort hotel en wachtkamer van het hiernamaals. Naarmate de bewoners verder in de vergetelheid raken bij de levenden, degraderen zij in het hotel. Symbolisch weergegeven door de luxe van de hotelkamer. Bij totale vergetelheid daal je definitief af naar een zee waar de compleet vergeten doden tot in de eeuwigheid moeten ronddolen.

Niet dat ik er op aarde materieel op achteruit ga, is dat in mijn geestelijke wereld wel degelijk zo. Althans als het aankomt op het onontkoombare gevoel van ongewilde verlossing, wat in beide situaties wordt bedoeld. (Ben je er nog?) Enfin, het tempo wordt opgevoerd naarmate je ouder wordt. Eerst nog sluipender wijs (er ging wel eens iemand dood; soit, hoort erbij), totdat het gaspedaal wordt ingedrukt en de levenden uit mijn wereld bij bosjes beginnen te vallen. En dan is er nog een kink in mijn kabel. Agnostisch bewustzijn, dat nog niet het atheïsme in me heeft uitgeroeid.

Als je behoort tot het selecte clubje dat mij met enige regelmaat leest, dan ben je ongetwijfeld wel eens een stukje tegengekomen waar ik mijn moeizame relatie met de dood beschrijf. Voor wie dat niet heeft meegekregen, is het misschien handig om te weten dat de dood de enige échte angst in mijn leven is. Ik behoor niet tot de grote groep die vinden dat de dood het leven de moeite waard maakt om te leven. Ik vind het leven de moeite waard om te leven, omdát het leven is. De dood gooit daar roet in. Het maakt het leven in één klap waardeloos. Zinloos, zo je wilt. Als ik nu voor onsterfelijkheid kon tekenen deed ik dat onmiddellijk, ongeacht het grote verdriet dat daarmee gepaard gaat. Ik ben me daar terdege van bewust. Bij een onweerlegbaar teken van ‘boven’, zou ik mij onmiddellijk bekeren. Het soort geloof is uiteraard afhankelijk van de openbaring. Volgens vrijwel elk geloof werkt dat niet zo. Ik zie, onder andere, daarin vooral een excuus om een geloof in stand te houden. Geloof is niets anders dan een onbewezen vermoeden, gebaseerd op hoop en ingegeven door angst.

Maar goed, naarmate de levenden waarmee ik ben opgegroeid me steeds sneller ontvallen, des te meer ontheemd ik me ga voelen. Onderweg naar het radicaal uitwissen van het bewustzijn; het enige bewijs dat je bestaat. Een rijk, gelukkig leven betekent evenveel als een getormenteerd arm leven. En dat is niets, als het bewustzijn definitief is verwijderd. Dezelfde staat als voor geboorte. Ik ben ervan overtuigd dat mijn angst voor de dood mijn leven al een paar keer heeft helpen redden. Zolang ik kan weiger ik dood te gaan. Meer dan me lief is heb ik op het randje gezweefd. Meerdere malen als medisch wonder betiteld door mensen met medische titels waar je u tegen zegt. Ik spreek pas van een wonder als ik in staat ben helemaal niet dood te gaan. Maar ik ben niet gek. Dat gaat niet gebeuren. Duh. Maar toch probeer ik het.

Want anders is alles wat ik koester – het leven zelf – straks voorgoed begraven.

P.S.: Voordat ik dit stukje afschreef was ik van plan om een persoonlijk, beschouwend jaaroverzicht te maken. Ik had toen een behoorlijk opgeruimd gemoed – wat meestal een aardige garantie is voor donker gekleurde humor. Dat werd door de ongewilde onderbreking danig om zeep geholpen (ongetwijfeld ook beïnvloed door toegevoegde medicatie). Na genezing komt er ongetwijfeld weer zo’n moment. Dus: blijf bij me!

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *