Menno Voorwinde, 2 juni 2026

Een enkele dode eend, maar voornamelijk dode meeuwen.

De dijk waar we overheen reden was ermee bezaaid. Aan twee kanten uitgestrekt open water. We zochten naar een logische verklaring. Mijn dochter dacht dat de vogels nog niet voldoende waren geëvolueerd om de snelheid van auto’s goed te kunnen inschatten. Evolutie gaat langzaam en de auto is betrekkelijk nieuw in dat proces. Ik hield het op plotselinge windvlagen die de vogels naar hun fatale einde waaiden. We vuurden nog wat losse flodders de ruimte in, maar die sneden geen hout.

Toen waren we stil. Zoals het hoort op een kerkhof.

Het was 24 mei en we waren onderweg naar café Wevershoof te Wevershoof voor een optreden van Nico Dijkshoorn en Tim Knol. Een gouden combo. De voorstelling begon om half vijf, precies de tijd dat wij arriveerden. Het café bestaat uit twee delen: een kroeg en daarachter een kroeg met een podium. Met elkaar verbonden door een smalle hal waar de wc’s en garderobe zich bevinden. De ’tweede’ kroeg met podium zat afgeladen vol toen we binnenkwamen. Maar, alsof het me was gegund, waren er op de voorste rij nog precies twee stoelen over.

Het weerzien met Nico en Tim was hartverwarmend.

Het was 28 mei en ik ging met mijn broer Henk naar Utrecht om Marcel van Roosmalen te zien optreden in de stadsschouwburg. Het was de eerste dag van mijn broers vakantie. We zouden rustig aan doen en daarom gingen we al vroeg naar Utrecht. Het was bloedheet, dus uitermate geschikt om onder de verkoeling van een airco te gaan poolbiljarten. Vorig jaar hadden we een daar een leuke plek voor gevonden. Daarna aten we in een eettentje (Orlof, een aanrader) schuin tegenover de stadsschouwburg. Ik hield het nog steeds relatief makkelijk vol. Al had het hete weer een onwenselijke invloed op mijn longen. Het optreden van Nico en Tim was aan het eind van de middag begonnen en in het begin van de avond afgelopen. Dat was me vrij makkelijk afgegaan. Afgezien van wat krampaanvallen in de nacht, geen blijvende schade. En al helemaal geen delier. De dag met mijn broer in Utrecht was een echte test. Hield ik het tot het eind van de voorstelling vol? Overspeelde ik mijn hand niet, met als gevolg een nachtelijke delier?

Ik lette scherp op mogelijke signalen, maar geen teken van aankomend onheil. In de stadsschouwburg zaten we op het balkon. Alsof de duvel ermee speelde, had ik een stoel naast een man die slokdarmkanker heeft gehad. Op een haar na, hadden de dokters zijn stembanden kunnen redden. Hij zag er gezond uit. Het type dat niet opgeeft en ondertussen vol levensvreugde zit. Heel even werd ik overrompeld door een aanval van jaloezie. Waarschijnlijk door mijn vurige wens (weer) een hoorbare stem te hebben. Maar goed, jaloezie is een naar gevoel en ik kon dat vrij makkelijk van me afschudden.

Het doek ging open, de lichten aan en daar stond Marcel van Roosmalen. De voorstelling oversteeg mijn verwachtingen. Mijn broer moest regelmatig bulderen van de lach. Ik bulderde in stilte met hem mee. Na de voorstelling kreeg ik van mijn broer twee boeken cadeau, waar Marcel nog een opdracht in schreef. Het was druk en er was veel omgevingsgeluid. Ik wilde nog een praatje maken met Marcel. Ik had daar, vanwege dat omgevingsgeluid, al een hard hoofd in, maar probeerde het toch. Precies op dat moment was de batterij leeg van het enige apparaatje dat me nog enigszins verstaanbaar had kunnen maken. Het paste bij de avond, die door ironie, zelfspot en lachsalvo’s werd gedomineerd.

Het was een goede dag. Net als de 24ste had ik ‘m goed doorstaan. De volgende dag stond ik vrolijk en zonder delier op.

Nog één test wachtte: 29 mei, mijn verjaardag en er kwamen mensen. Geregeld door mijn broer en oudste dochter. Begin van de avond was de koek op en moest ik uit zelfbehoud iedereen wegsturen.

Een en al begrip.

 

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.

Met trots aangedreven door WordPress


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *